Albums


Stamboom:  

Treffers 1 t/m 21 van 21

   

 #   Klikplaatje   Beschrijving   # items   Verbonden met 
1
<b>01. Feest in Spakenburg</b>
01. Feest in Spakenburg
Bijgevoegd zijn een paar foto's die afkomstig zijn van een kennelijke familiefeestje in Spakenburg van de familie van Harke Schuil en Jenneken Koldenhove. Wie kent n, meerdere of misschien wel alle personen die afgebeeld zijn? De foto's zijn afkomstig van een filmpje dat tijdens het feest is gemaakt. 
17   
2 Begraafplaats Berlin-Hermsdorf II
 
29   
3
De moord op Jan Nijboer
De moord op Jan Nijboer
In 2004 werd Jan Nijboer (1944) slachtoffer van een overval in zijn woning. Hij werd daarbij om het leven gebracht. Hij woonde toen aan de Woldweg in Groningen. Voor het misdrijf zijn drie personen aangehouden en veroordeeld. In de bijgevoegde kranten- en andere media berichten staat n en ander omschreven. Ook zijn de artikelen over de rechtzaak bijgevoegd. 
25   
4
De moord op Jurjen Geert Pinkster
De moord op Jurjen Geert Pinkster
Jurjen Geert Pinkster was makelaar van beroep. Zijn broer, Egbert Pinkster, zat in de 2e Wereld Oorlog, vermoedelijk in het verzet. Egbert was zo nu en dan bij zijn broer ondergedoken. Op 1 april 1945 verscheen de SD met twee Nederlandse verraders s morgens om 5 uur bij zijn woning. Toen hij nadat aangebeld was de deur open deed, werd hem gevraagd: Sinds ie Herr Pinkster?. Nadat hij dit bevestigd had, kreeg hij de opdracht: Gehen sie mit! Vervolgens werd hij op ongeveer 500 meter van zijn woning doodgeschoten.

Voor deze moord, twee andere moorden, twee brandstichtingen en het feit dat hij op 4 andere personen had geschoten, werd de Nederlandse SD-er Harry Bouman veroordeeld. Hij bekende alle hem ten laste gelegde feiten en heeft tijdens de vooronderzoeken geholpen zaken op te helderen. De eis ter terechtzitting was de doodstraf, het vonnis levenslang. In 1959 is hij vervolgens in vrijheid gesteld. 
 
5 Levend
Tenminste één, nog levende, persoon is verbonden aan dit item - detailgegevens worden niet weergegeven. 
 
6 Familie Harm Schuil
Harm Schuil (1901) Harm Schuil werd geboren en groeide op in Enumatil. Hier is hij van ongeveer van 13 tot 18 jaar werkzaam geweest, waarbij hij onder andere werkzaam is geweest als snikkejongen.
Vervolgens op ongeveer 18 jaar vertrokken naar Groningen als leerling vleeschhouwer. Hij was hier bij in de leer bij slagerij Gal, gevestigd in de Steentilstraat te Groningen, gerekend vanaf het Gedempte Zuiderdiep nagenoeg rechts achterin. Hier heeft nadien nog de schapen-slachter Van Dijk zijn vestiging gehad. Zijn werkzaamheden bestonden toen onder andere uit het met de hondenkar rondbrengen van vlees naar onder andere Zuidwolde en Noordwolde.
In 1926 is hij vervolgens getrouwd mer Marijke Noordhof (1902). Zij kochten een huis in Zeerijp, aan de Borgweg. Harm begon hier een slagerij. In 1930 werd hier hun zoon Hendrik Schuil geboren.

Achteromweg 18 te Spijk

Omdat de verdiensten van de slagerij in Zeerijp tegen vielen, vertrok Harm Schuil met zijn gezin in ongeveer 1933 naar Spijk, naar het pand dat inmiddels (2016) bekend is als Achteromweg 18. Op de zwart/wit foto staat dit op het raam te lezen. Voor de etalage van de slagerij staat op de zwart/wit foto overigens Hendrik Schuil op zijn step. Op dit adres werden Anktje Schuil (1933) en Duurt Schuil (1935)geboren. De ruimte achter het dubbele raam is de kamer waard Duurt werd geboren. Het gezin woonde hier van ca. 1933 tot ca. 1938. Omdat er vier slagerijen in het dorp waren heeft hij hier in ongeveer 1938 zijn werkzaamheden als slager definitief beindigd. Op de tweede kleurenfoto van het pand is te zien dat de etalage inmiddels is vervangen door een dubbelraam en dat er een stenen vensterbank onder alle benedenramen is aangebracht.

Nesweg 1 te Spijk

Het gezin verhuisde in ongeveer 1938 naar het adres Nesweg 1 te Spijk, waar Harm Schuil concierge werd in een verenigingsgebouw van de gereformeerde kerk. Daarnaast had hij een portefeuille als verzekeringsagent, omdat zijn werk als concierge geen volledige dagtaak was. Na drie jaar kreeg hij ook de werkzaamheden als koster van de gereformeerde kerk. Zijn andere taken, concierge en verzekeringsagent, behield hij. In 1943 is hij vervolgens ondergedoken bij de familie van Wijk in Godlinze, omdat hij een oproep had gekregen om in Duitsland te gaan werken. Hij is hier gebleven tot het einde van de oorlog. Het verenigingsgebouw waar hij concierge was, werd in 1943 door de duitsers gevorderd en omgebouwd tot een gevangenis voor gevangenen die werkzaamheden moesten verrichten voor de TOD. Deze werkzaamheden bestonden uit het graven van tankwallen/grachten en loopgraven. Na de oorlog werd dit gebouw gebruikt als gevangenis voor de gevangen genomen NSB-ers. Harm Schuil werd na de oorlog lid van de Nederlandse Veiligheidsdienst en deed toen dienst als bewaker in dezelfde gevangenis. In juni 1945 vloog in de buurt een munitiedepot de lucht in waarbij een zevental mannen, die daar aanwezig waren, om het leven kwamen. Ter nagedachtenis werd een gedenkteken opgericht. Het verenigingsgebouw deed tot ongeveer juni 1946 dienst als gevangenis voor de NSB-ers en werd daarna weer omgebouwd tot verenigingsgebouw, waarna Harm Schuil Tot eind 1948 weer koster en concierge was. Eind 1948 nam hij ontslag en verhuisde hij met zijn gezin naar t Loug (andere benaming voor centrum) te Spijk.

t Loug 21 te Spijk

Hij werd vervolgens lekencontroleur van het FOV (Federatie Ongevallen Verzekering) voor land en tuinbouw, een soort ziekte-controleur. Dit was een deeltaak. Daarnaast was hij controleur van het pensioenfonds voor land- en tuinbouw, waarbij hij de boeren controleerde op (juist) ingevulde loonstaten (afdracht premies).
Op het moment dat het gezin Schuil aan t Loug 21 ging wonen, was dit nog een boerderij. Toen hij hier ongeveer 2 jaar had gewoond werd het huis verkocht en tegelijkertijd werd Harm Schuil voor zijn werk overgeplaatst naar de regio Hoogkerk. In Hoogkerk was echter geen woonruimte. Het gezin verhuisde naar de Ubbenasingel 33 te Spijk, terwijl Harm Schuil kantoorruimte kreeg aan de Kerkstraat in Hoogkerk. Ubbenasingel 33 te Spijk

In 1951 vertrok het gezin naar de Reitdiepstraat 7 te Winsum. Op zijn 61e jaar kreeg hij zijn eerste hartaanval. In totaal kreeg hij 3 hartaanvallen, waarna hij in 1964 werd afgekeurd. In ongeveer 1970 vertrokken zij naar W. Ripperdastraat 12 te Winsum. Hobbys van Harm Schuil waren: vissen en kruiswoordraadsels. Daarnaast was hij erelid van Viboa.  
 
7 Levend
Tenminste één, nog levende, persoon is verbonden aan dit item - detailgegevens worden niet weergegeven. 
 
8 Gerrit Moltmaker (1856)
Op, laten we zeggen, wat latere leeftijd heeft deze Gerrit Moltmaker, zoon van Wieger Gerrits Moltmaker en Sjoukje Harmens Riemersma, een zwervend bestaand geleid. Dat dit niet algemeen gewaardeerd werd, mag blijken uit de drie veroordelingen die van hem zijn gevonden (bron: allefriezen.nl).
Zo werd hij met de vermelding 59 jaar, losse arbeider, zwervende, gedetineerd, op 29 september 1915 wegens landloperij voor de rechter gedaagd en bij vonnis van 6 oktober 1915 veroordeeld tot 5 dagen hechtenis en 1 jaar en 6 maanden rijkswerkinrichting.





In 1917, inmiddels 61 jaar, staat achter zijn naam vermeld dat hij los werkman is, geen vaste woon- of verblijfplaats heeft en op dat moment is gedetineerd in het Huis van Bewaring te Leeuwarden. Ook nu moet hij voor de rechter verschijnen wegens landloperij en wordt hij, na de rechtszaak op 31 oktober 1917, bij uitspraak op 7 november 1917 veroordeeld tot 5 dagen hechtenis en 3 jaar rijkswerkinrichting.





Als 64-jarige moet hij, op 9 februari 1921, opnieuw terechtstaan. Ook nu staan de vermeldingen los arbeider, zwervende, gedetineerd bij zijn naam. De verdenking is ook dit maal landloperij en bij de uitspraak op dezelfde dag wordt hij veroordeeld tot 2 dagen hechtenis en 2 jaar en 3 maanden rijkswerkinrichting.





Waar en wanneer Gerrit Moltmaker, geboren op 16 januari 1856 te Burum is overleden, is door mij nog niet vastgesteld. 
 
9 Levend
Tenminste één, nog levende, persoon is verbonden aan dit item - detailgegevens worden niet weergegeven. 
 
10 Hendrikje Staal en Herman van Ommen en nakomelingen.
De trouwfoto van Hendrikje Staal (1868) en Herman van Ommen (1862). Zijn zijn op 27 oktober 1887 in Zwollerkerspel getrouwd en hebben onder andere aan de Dahliaweg 9 te Westenholte gewoond. Herman was spoorwegarbeider en Hendrikje werkte thuis. Het echtpaar kreeg 9 kinderen, Willemina, Gerrit Jan, Christina, Jan, Aaltje, Herman, Hendrik, Kornelis en een levenloos geboren kind.




De trouwfoto van de oudste dochter van Hendrikje Staal en Herman van Ommen, Willemina van Ommen. Deze trouwde op 11 augustus 1910 met Wiecher Bastiaan (1878) in Westenholte (Zwollerkerspel). Dit echtpaar kreeg in ieder geval een dochter, genaamd Hendrikje Bastiaan (1911). Wiecher werkte als wegwachter bij het Kamperlijntje van de NS en was daarbij onder andere uitgerust met een rode vlag.




Vanwege een reorganisatie bij de NS in 1927 verhuisde het gezin van Willemina van Ommen en Wiecher Bastiaan, onder andere naar Nieuwerkerk aan de IJssel. Omdat zij last van heimwee had, kwam Hendrikje Bastiaan heel vaak bij haar oma, Hendrikje Staal logeren. Beiden staan hier op de foto voor de toenmalige woning van Hendrikje, Frankhuisweg 16 te Frankhuis. De foto dateert van 1941. In de navolgende oorlogsjaren zijn de luiken van het huis gebruikt als brandstof.




Ook deze foto is genomen voor Frankhuisweg 16 in Frankhuis. Helemaal links zit Hendrikje Staal in klederdracht. Naast haar drie kinderen, waarvan het meest rechter kind Beatrix Hoeveman, met daar rechts naast Hendrikje Bastiaan (1911). Geheel rechts op de foto zit Aaltje van Ommen (1896). Aaltje is in haar tweede huwelijk getrouwd geweest met Gerrit Hollander (1886) 
 
11 Levend
Tenminste één, nog levende, persoon is verbonden aan dit item - detailgegevens worden niet weergegeven. 
 
12 Levend
Tenminste één, nog levende, persoon is verbonden aan dit item - detailgegevens worden niet weergegeven. 
20   
13 Levend
Tenminste één, nog levende, persoon is verbonden aan dit item - detailgegevens worden niet weergegeven. 
 
14 Levend
Tenminste één, nog levende, persoon is verbonden aan dit item - detailgegevens worden niet weergegeven. 
 
15 Levend
Tenminste één, nog levende, persoon is verbonden aan dit item - detailgegevens worden niet weergegeven. 
 
16 Levend
Tenminste één, nog levende, persoon is verbonden aan dit item - detailgegevens worden niet weergegeven. 
10   
17
Slager Hotze Schripsema
Slager Hotze Schripsema
Met tegenzin was Hotze Schripsema (1896) in zijn geboorteplaats Schouwerzijl begonnen als arbeider bij een van de grote boerderijen in de omgeving. Binnen enkele jaren pakte hij z'n biezen en vond werk in Ezinge bij een veehandelaar. Dat interesseerde hem meer en hij wilde voor zichzelf gaan beginnen.
In Fraamklap vond hij een huis waar hij een schuurtje aan kon bouwen. Dat werd een slachtplaats.



Bij elke slacht moest zijn vrouw, Martje Japenga (1894, afbeelding links)) dan even de kop vasthouden. Het vlees werd in een korf op de fiets rondgebracht bij de grote boerderijen.

Weer wat later kon hij in Groningen komen werken bij slager Hartsema bij de Visserbrug. Deze hielp hem later bij de aankoop van een oud pandje in de Nieuwe Ebbingestraat. Boven, onder het puntdakje, woonde nog jaren een oude vrouw met een zwart mutsje. Links van de winkel was een slaapkamertje waar mijn vader in 1924 werd geboren.
Niet lang daarna vertrok het gezin tijdelijk naar een slagerij aan de Bedumerweg 27 om de nieuwbouw in de Nieuwe Ebbingestraat mogelijk te maken. Op 4 september 1928 was het nieuwe voorhuis klaar. En dat heeft in de krant (Het Noorden in Woord en Beeld van 5 oktober 1928) gestaan.

Omstreeks 1936 werd Hotze overspannen en moest hij het rustiger aan gaan doen. De slagerij werd voor vijf jaar verhuurd aan slager Luchtenburg en Hotze vertrok met zijn gezin naar een boerderijtje in Noorderhogebrug. Plotseling was hij een boer met 12 melkkoeien en wat schapen. Dit duurde maar twee jaar en Hotze wilde weer naar zijn slagerij. Maar die was nog drie jaar verhuurd. Om die jaren te overbruggen huurde hij tijdelijk een slagerij aan de Nieuweweg en hield een boeldag om het boerderijtje snel te verkopen. Er zaten al twee andere slagerijen aan de Nieuweweg en dit bracht Hotze ertoe nogal levendig te adverteren in de plaatselijke krant:

Hou dut kerel 't er veur!
en
De balken kraken!

Zo verwierf hij veel klanten uit "Plan Oost". Binnen korte tijd had hij Luchtenburg overtuigd om wat eerder te vertrekken - er stond vier huizen verderop een slagerij leeg - en zo kon Opa ook weer wat eerder terug in zijn eigen slagerij. Omdat er nu in de Nieuwe Ebbingestraat wel acht slagerijen waren bleef het nodig om veel te adverteren, bijvoorbeeld:

Nieuwsblad van het Noorden, 16-3-1939
De voordelige slager
In vet en mager
REUZEL per 5 pond 27 ct. ...
KOPPEN EN POOTEN 10 ct. per pond ...
VETTE BLOEDWORST 15 ct. per pond ...
8 DROGE METWORSTEN voor 1 Gld. ...
en onze alom bekende prima, prima kwaliteiten RUNDVLEESCH tegen ongekend lage prijzen.
Zendt uw bode en wij zullen zorgen dat U tevreden is.
Van Kleinzoon af tot grootpapa,
Zij eten Worst van Schripsema
Van ouds bekend. Alleen naast De Gruyter.


Op de foto,volgens het bijschrift, geheel links Derk Senneker (vermoedelijk Dirk Senneker 03-01-1908), de koe wordt vastgehouden door Hotze Schripsema (1896). In het portiek, op de arm bij de dienstmeid; Alida Schripsema. Fotodatum 1924

(tekst overgenomen van Hans Schripsema http://www.schripsema.nl) 
 
18 Levend
Tenminste één, nog levende, persoon is verbonden aan dit item - detailgegevens worden niet weergegeven. 
 
19 Levend
Tenminste één, nog levende, persoon is verbonden aan dit item - detailgegevens worden niet weergegeven. 
 
20 VAN OVEN, JOSHUA
English surgeon and communal worker; born in England 1766; died in Liverpool 1838; son of Abraham Van Oven. He was trained for the medical profession, being a pupil of Sir William Blizard. On receiving the degree of L.R.C.S. (1784) he established himself in London as a surgeon and apothecary, acquiring an extensive practise among the Jewish residents. Through unfortunate speculations he in 1830 found himself in monetary difficulties, and then removed to Liverpool, where he continued to reside till his death. Van Oven was one of the most prominent workers in the Jewish community of his day, and was chiefly instrumental in establishing the Jews' Free School, the presidency of which he held for many years. His active participation was evinced in the weekly sermons he delivered to the pupils. He will, however, be chiefly remembered for his zeal in establishing the Jews' Hospital in Mile End. There was at that time no institution for teaching handicrafts to Jewish lads; and its want was keenly felt and commented on. Van Oven therefore conceived the plan of erecting houses of industry and education, together with hospitals for the sick, whose maintenance was to be provided for by annual contributions from the sum paid according to the general poor-rates by Jewish householders. Opposition being shown to part of this plan, he was induced to modify it; and instead of several hospitals the Jews' Hospital in Mile End was erected from funds previously collected from the community. Joshua Van Oven. Van Oven acted as honorary medical officer to the poor of the Great Synagogue, London, until his removal to Liverpool. In the latter city he took a prominent part in communal affairs, established schools and charitable organizations, and delivered in the synagogue sermons in the vernacularat that time a novel proceeding. Van Oven was a Hebrew scholarperhaps one of the best of his dayand a voluminous writer, contributing articles on Jewish and medical subjects to the "European Magazine" and the "Liverpool Medical Gazette." He wrote also: "Letters on the Present State of the Jewish Poor in the Metropolis," London, 1802; a preface to "The Form of Daily Prayers," ib. 1822; and "A Manual of Judaism," ib. 1835. Bibliography:Picciotto, Sketches of Anglo-Jewish History, passim; European Magazine, 1815; Brit. Mus. Cat. s.v. Bron; http://www.jewishencyclopedia.com 
 
21 Wouter van Ommen ter dood veroordeeld
Wouter van Ommen werd geboren in Eemnes op 24 oktober 1818 als zoon van Evert van Ommen en Petronella Suijk. Op 12 februari 1841 treedt hij in Baarn in het huwelijk met Johanna Katrina van Kesteren uit Doorn. Bij het huwelijk is vader Evert van Ommen afwezig. Er moet een verklaring van het kantongerecht in Amersfoort aan te pas komen om te bewijzen dat Evert de vader van Wouter is. Wat zou er met hem aan de hand kunnen zijn? Met de noorderzon vertrokken?

Wouter van Ommen was timmermansknecht bij H. van der Woerd en woonde bij Groeneveld, in het zogenaamde Hooge Bosch, eigendom van baron Van Heemstra. In de vroege ochtend van zondag 22 oktober 1865 besloot Wouter het bos in te gaan om hazen te gaan schieten. Toestemming om te jagen had hij niet, maar dat weerhield hem niet. Hij nam zijn met hagel geladen nloops geweer mee. Met het geweer in zijn linker hand, zijn rechterhand op de trekker van het geweer, trok hij door het bos. Rond een uur of zes verscheen onbezoldigd rijksveldwachter Arie Jansen vanachter een beukenboom te voorschijn. Jansen was daar op surveillance. Wouter van Ommen, slechts tien passen verwijderd van de diender, schrok, richtte het geweer op de agent en haalde de trekker over. Arie Jansen kon zich nog net wegdraaien waardoor hij niet in de borst, maar in zijn rechter hand geraakt werd. Wouter snelde op de agent af en sloeg hem zo hard met de kolf van het geweer, dat de kolf van het geweer afvloog. Jansen kon zijn arm niet meer gebruiken, maar zag kans om Van Ommen om de middel te grijpen. Van Ommen schudde Jansen van zich af en sloeg hem nogmaals met het geweer. Jansen viel op zijn buik op de grond, Van Ommen bovenop hem liggende. Wouter van Ommen stak en sneed Jansen daarop in zijn hals. Jansen kermde het uit en riep: 'Van Ommen, maak mij toch niet ongelukkig, denk om mijn vrouw en kinderen!'. 'Nee! Kapot moet je', riep Van Ommen, terwijl hij door bleef mishandelen. Jansen zag kans om de linker pols van Van Ommen te grijpen, beet hem in de vinger en schreeuwde om hulp. De heren W. de Ridder en G. Mol, die toevallig in de buurt waren, hoorden het hulpgeroep en snelden op het geluid af. Wouter van Ommen koos daarop eieren voor zijn geld en vluchtte in de richting van zijn woning.





Diezelfde ochtend wordt Wouter van Ommen in Hilversum aangehouden. Hij ontkende dat hij met de zaak te maken had. Volgens Van Ommen was hij helemaal niet op die plek geweest. Hij verklaarde dat hij al vroeg in de ochtend naar Hilversum vertrokken was en daarom kon hij niets met het voorval te maken hebben gehad. Verschillende getuigen verklaarden echter dat hij pas om half zeven naar Hilversum vertrok, na het voorval dus. Hij had zelfs de tijd om zich nog om te kleden. Bovendien verraadde zijn bloedende linker wijsvinger hem. Precies op de plek waar Jansen verklaard had Van Ommen gebeten te hebben, had Van Ommen een verse wond. Het geweer werd niet meer gevonden. Verschillende personen konden echter vertellen dat hij een eenloops geweer in bezit heeft gehad, wat Wouter zelf ook toegaf. Hij kon geen verklaring geven waarom het geweer nu verdwenen is.

Op 30 januari 1866 moet Wouter van Ommen terecht staan voor het provinciaals gerechtshof. Hij blijft, ondanks het overtuigende bewijs, hardnekkig ontkennen. Op 7 februari daaropvolgend volgt de uitspraak: Wouter wordt schuldig verklaard aan poging tot moord op Veldwachter Arie Jansen. Het Hof veroordeelt hem tot de straffe des doods, uit te voeren binnen Utrecht. Besloten werd om in cassatie te gaan. Zo werd de zaak doorverwezen naar het Hof in Amsterdam die de wet van 29 juni 1854 toepaste en Van Ommen tot 15 jaar tuchthuis veroordeelde. Zowel de beklaagde als de procureur-generaal gingen daarop weer in cassatie waarop de Hoge Raad hem weer ter dood veroordeelde.

Wouter van Ommen, die tot dan toe alles had ontkend, bekende nu alles. Na zijn bekentenis diende hij een verzoekschrift tot gratie in bij Z.M. koning Willem III. Dat verzoek werd gesteund door zijn echtgenote, zijn zoon Cornelis (1842-1893) en zijn vroegere werkgever H. van der Woerd. Zelfs het slachtoffer Arie Jansen, die de moordaanslag overleefde, steunde het verzoek. Op 23 januari 1867 kwam het verlossende woord. Z.M. koning Willem III verleende gratie en de doodstraf werd omgezet in 20 jaar tuchthuis. Op 14 februari van dat jaar werd hij ingeschreven in het Huis van Opsluiting en Tuchtiging te Leeuwarden waar hij van 1867 tot 1872 werkzaam is als spinner en kaarder. Van 1872 tot 1885 gaat hij weer aan de gang als timmerman, tot hij op 28 maart 1885 weer ontslagen wordt uit de gevangenis.




Echtgenote Johanna Katrina van Kesteren leeft dan inmiddels al niet meer. Zij stierf op 14 januari 1871 in Baarn. Aangifte van dit overlijden werd gedaan door zoon Cornelis van Ommen. Zoon Cornelis zelf stierf op 7 mei 1893 en vier maanden later, op 28-9-1893, stierf ook Wouter van Ommen. Hij werd begraven op de oude algemene begraafplaats in Baarn.

Tekst en krantenknipsels afkomstig van www.groenegraf.nl