Een fragment over de familienaam Tromp van Hollum


Jan Sietjes Tromp werd op 20 augustus 1786 geboren op Ameland en trouwde op 24 oktober 1810 met Sjoeke Gooytzens Visscher. Zij kregen 11 kinderen, te weten:
Saakje (26 december 1810)
Jan (12 december 1811)
Saakje (23 november 1813)
Siebrig (15 oktober 1815)
Sietje (13 september 1817)
Tjerk (26 augustus 1819)
Gooy (23 oktober 1821)
Trijntje (11 november 1823)
Botte (3 december 1824)
Antje (30 oktober 1827)
Jacob (7 februari 1829)

gooi SIETJE JANS TROMP

Sietje Jans Tromp trouwde op 8 september 1839 met Johanna Tremper geboren op 22 december 1813 te Nes. Dit echtpaar kreeg vier kinderen:
Jan (9 november 1839)
Geeske (27 juni 1841)
Tjerk (19 maart 1843)
Johannes (30 november 1844)

Nadat Johanna Tremper op 14 oktober 1846 op 32-jarige leeftijd was overleden, trouwde Sietje op 13 november 1855 in Sappemeer met Grietje Plukker, geboren op 25 september 1833. Grietje was de dochter van scheepsbouwer Jan Hindriks Plukker, scheepsbouwer te Kleinemeer een gehucht deel uitmakende van Sappemeer.

Sietje Jans Tromp en Grietje Plukker kregen samen twee kinderen;
Gooi (4 oktober 1856)
Freerk (30 april 1858)
In 1857 liet Sietje Jans Tromp op de werf van zijn schoonvader Jan Hendriks Plukker een koftjalk bouwen. Overigens werd de werf op dat moment gerund door de weduwe, Freerkje Hendriks Germs, van Jan Hendriks Plukker die op 29 september 1851 in Kleinemeer was overleden. De tjalk werd op 11 november 1857 te water gelaten en kreeg de naam "Grietje van Kleinemeer". Op 5 maart 1858 werd de eerste zeebrief verstrekt voor de "Grietje van Kleinemeer". Eind september 1858 vertrok het schip van Kiel naar Amsterdam. Nadat het op 28 september 1858 Tnning/Tonningen was gepasseerd is niets meer van het schip vernomen. "Grietje van Kleinemeer" is in de stormnacht van 2 op 3 oktober 1858 vergaan toen zij net ten noorden van Ameland voer, waarbij de kapitein Sietje Jans Tromp, de kapiteinse Grietje Tromp-Plukker, de bijna 19-jarige Jan, de bijna 14-jaar oude Johannes, de bijna 2 jarige Gooi en de ongeveer 6 maanden oude Freerk zijn verdronken.

krantenbericht Grietje van Kleinemeer

Geeske en Tjerk Tromp waren tijdens deze tocht niet aan boord, maar verbleven bij hun grootouders Jan Sietjes en Sjoeke Gooytzes. Geeske is op Ameland overleden en woonde tot het laatste moment aan de Burenlaan in Hollum.

BOTTE JANS TROMP

pijpekopje


Botte Jans Tromp is geboren in 1824. In 1845 was deze Botte Jans blijkbaar een van de vaste opstappers op de reddingsboot op Ameland en ging hij waarschijnlijk best vaak bij storm de zee op om bemanningsleden te redden en vracht in veiligheid brengen. Hij was betrokken bij de redding van de bemanning van een schip en kreeg daarvoor een porseleinen zeemanspijpje. Dit porseleinen pijpje is nog in het bezit van n van de nazaten van de familie. Vier jaar voor zijn huwelijk voer Botte Jans Tromp, als 21-jarige, in een reddingsbootje de zee op om deel te nemen aan een reddingsactie.

Het verhaal achter de bijzondere pijpenkop:

krantenbericht stranding Toninha

Botte Jans Tromp trouwde op 13 juni 1849 met Sjoukjen Tjipkes de Ruyter die op 31 augustus 1823 in Hollum geboren werd. Zij kregen drie kinderen:
Gooi (4 december 1850)
Binke (20 oktober 1853)
Jan (13 september 1855)

Ook Botte Jans Tromp voer met een tjalk. Deze was genaamd "Tromp en De Ruiter, de achternamen van Botte en die van zijn vrouw. De scheepsbouwer van dit schip zou Roelf Feddes Berg uit Sappemeer zijn, die het schip in 1853 opleverde, waarna het de binnenvaart in ging (https://www.marhisdata.nl/schip?id=14995). In oktober 1856 werd het schip door de consul in Hamburg opgegeven als verongelukt in Cuxhaven. De Tjalk werd gelicht om in juli 1857 opnieuw in de zeevaart te gaan. De tjalk moet op de uitgaande reis in de haven van Cuxhaven zijn gezonken. Zeer waarschijnlijk is het schip gelicht en na provisorische reparaties in het voorjaar van 1857 voor definitief herstel naar Harlingen gezeild.
Op 11 mei 1857 werd bij de werf van Freerkje Hendriks Germs uit Kleinemeer een tjalk afgeleverd (https://www.marhisdata.nl/schip?id=15271). In dezelfde nacht dat zijn broer Sietje met vrouw en kinderen verdronk, verging ook het schip van Botte Jans Tromp. De bemanning werd gered en in Hamburg aan land gebracht.

krantenbericht Tromp en De Ruyter

De Tromp en De Ruyter was onverzekerd geweest, waardoor kapitein Botte Jans Tromp platzak en zonder inkomen was geworden. Hij slaagde erin op voorspraak van B & W van Ameland van de Friese Commissaris van de Koning toestemming te krijgen om binnen het Arrondissement Leeuwarden een collecte te laten houden. Hierin werd kennelijk voldoende bijeengebracht om een deel van de tuigage te kunnen betalen voor een nieuwe kof die verder 100% werd gefinancierd (https://www.marhisdata.nl/schip?id=15538). Deze Tromp en De Ruyter kwam in juli 1859 in de vaart, afkomstig van de werf van Jurrien Jans van der Werff uit Sappemeer. Lang heeft Botte Jans Tromp niet van dit schip mogen genieten, want hij werd op 16 november 1860, samen met zijn stuurman Douwe van Heeckeren, levenloos aangetroffen op het strand nabij Hollum. Zijn vrouw was een aantal jaren daarvoor, op 26 juni 1857 overleden op Ameland.

VERZOEK OM TOESTEMMING COLLECTE
Ameland, den 29 oktober 1858

No. 137 B.W.
Onderwerp: Collecte.

Aan den Heer Commissaris der Koningh in Friesland

Ter voldoening aan U H.Edgestrenge, aportillaire dispositie van den 22 dezer, 3: Afd: No. 2411, waarbij ons, ten fine van berigt, consideratien, advies, is geworden, een door Botte Jans Tromp, Schipper te Hollum in dezer Gemeente, aan Heeren Gedeputeerde Staten der provincie gepresenteerd adres, houdende om daarbij aangevoerde redenen het verzoek, om de vergunning om ene Collecte ten zinjnen behoeve in deze provincie te mogen doen, hebben wij de eer met terugzending van het advies, U H.Ed. gestrenge te berigen: Dat den adressant op zijne reis van de Oostzee naar Antwerpen (opm: Amsterdam), in den nacht van den 2de op 3de dezer maand, met het door hem gevoerde en hem merendeels in eigendom behoorende tjalkschip, na in den namiddags van eerstgenoemden dag te vergeefsch te hebben beproefd alhier binnen te loopen, door een hevigen storm is overvallen, waarbij het schip door een stortzee vol water geslagen en gezonken is en hij met zijn Scheepsvolk met achterlating (opm: van alle bezittingen) van uit de Scheepsboot in volle Zee is gered door kapitein J. Zoeten, varend een Hannoversche Schoener, dewelke hem te Hamburg heeft aangebracht.
Dat den adressant door dezen ramp een nadeel van p.m. 4.000,- heeft geleden en van alles is beroofd geworden, terwijl deszelfs schip voor deze reis, uithoofde van de geringe verdiensten, niet was verzekerd. Dat, vermits den adressant is een oppassend persoon, van een goed zedelijk en onberispelijk levensgedrag, waarvoor hij dan ook in de gelegenheid is weder op Crediet een nieuw Scheepshol te kunnen bekomen, waarin hij in staat is zelven de tuigagie te kunnen lenen, waarvoor hem echter thans alle middelen ontbreken ---
wij van advies zijn, dat het verzoek zal behooren te worden toegestaan, als de overtuiging hebbende dat de adresssant die gunst waardig is, om uit de opbrengst, althans gedeeltelijk, de tuigagie te kunnen aankoopen benodigd voor het hem op Crediet aangeboden in aanbouw zijnde Scheepshol van 50 Lasten ---
om langs die weg in staat te geraken om het brood voor zich, zijn kinderen, bejaarde ouders, die doordien des adressants broeder, in denzelfden nacht met een voor rekening hunner ouders bevaren, eveneens niet verzekerd, schip is verongelukt, mede alles verloren hebben, te kunnen verdienen.

Burgemeester en Wethouders van Ameland
getekend
Van Heeckeren, burgem.
J.L. Wagenaar, Weth.


DE REACTIE OP HET VERZOEK

Uit het archief van het Provinciaal Bestuur van Friesland, 1814 1819.
Resolutie boek van het College van Gedeputeerde Staten, november 1858.

1 November 1858, no: 32.

Zijn gelezen:
1: Een aan deze Vergadering gericht adres van Botte Jans Tromp, wonende te Hollum op Ameland, dd. 19 (opm: 29) oktober 1858, daarbij te kennen gevende, dat hij op zijne reis uit de Oostzee naar Antwerpen (opm: Amsterdam) in den nacht van den 2 op den 3 oktober ll. met het door hem gevoerd en hem merendeels in eigendom behoorend tjalkschip, genaamd TROMP EN DE RUITER, door enen hevigen storm is overvallen waarbij door eene stortzee de luiken zijn ingeslagen en het schip vol water is geraakt en gezonken;
- dat hij met zijn volk, zonder zich te hebben kunnen redden, door kapitein Johann Scker, voerende het Hannoversch Schoonerschip RIXTINA ELIZA, van uit de scheepsboot in volle zee is opgenomen en te Hamburg aangebracht,
- dat hij door dezen ramp al wat hij bezat heeft verloren en daar het schip voor deze reis wegens de geringe verdiensten niet verzekerd was, ene schade heeft geleden van circa 4.000,=;
- dat hem een in aanbouw zijnd scheepshol van 50 lasten op crediet is aangeboden, wanneer hij slechts in staat is om zelve tuigage te leveren, waartoe hem echter thans de middelen ten eenenmale ontbreken;
- verzoekende hij uit dien hoofde, om in het bezit te geraken van een gedeelte althans der daartoe benodigde gelden, dat hem moge worden toegestaan eene collecte in deze provincie te doen, ten einde hij in staat worde gesteld, het brood voor zich en zijne drie kinderen weder te kunnen verdienen.

2: Het daaromtrent ingewonnen bericht enz. van Burgemeester en Wethouders van Ameland, dd. 29 oktober 1858, no. 137 B.W., waaruit blijkt, dat het ten adresse aangevoerde met de waarheid overeenkomstig is en de adressant bekend staat als een zeer oppassend persoon van een goed zedelijk en onberispelijk levensgedrag;

Waarbij gelet zijnde op de bepalingen van het Koninklijk besluit van den 22 september 1825 (Staatsblad, no. 41), nopens het doen van collecten in de kerken of aan de huizen, is, na overweging, besloten:
1: Aan den adressant Botte Jans Tromp voornoemd te vergunnen, zoo als geschiedt bij deze, het doen eener collecte aan de huizen der ingezeten binnen de gemeenten van het arrondissement Leeuwarden, en:
a. Dat hij zich vooraf zal behooren aan te melden bij de hoofden van de besturen der respective gemeenten;
b. Dat de vergunning tot het doen van collecte wordt toegestaan voor zoodanigen tijd in elk der gemeenten, als door hare besturen, naar plaatselijke omstandigheden, zal worden bepaald;
c. Dat de ingezamelde penningen in elke gemeente, dadelijk na afloop van de collecte, welke zal behooren te geschieden met eene gesloten bus, in tegenwoordigheid van eenen policie-bediende, of een ander persoon, door de gemeente-besturen respectivelijk daartoe aan te wijzen, zullen moeten ter hand gesteld aan het gemeente-bestuur, hetwelk zal zorgen, dat het bedrag daarvan, na aftrek der onvermijdelijke kosten, op de meest spoedige en geschikte wijze, wordt over gemaakt aan het gemeente-bestuur van Ameland, binnen welke gemeente de adressant woonachtig is, welk bestuur de nodige maatregelen zal nemen, dat de ten behoeve en voordeele van adressant ingezamelde penningen, daaronder ook die uit de gemeente Ameland begrepen, tot geen ander einde worden gebezigd of aangewend, dan om hem door de aanschaffing van de benodigde tuigage voor het hem op crediet aangeboden in aanbouw zijnd scheepshol in staat te stellen, weder voor zich en zijne kinderen het brood te kunnen verdienen, en welk bestuur tevens, na afloop van een en ander, aan deze Vergadering zal verslag doen, zoo van het bedrag, dat ten behoeve en voordele van adressant uit elke gemeente, zijne eigene daarvan niet uitgezonderd, is ontvangen, als van de wijze waarop die penningen ten nutte van adressant zijn besteed.

2: Den adressant tevens bij deze indachtig te maken op het groote nadeel, dat hij zich door het verzuimen der verzekering van zijn schip heeft berokkend, met aanbeveling om voor het vervolg van een nieuw vaartuig, ter voorkoming van schade, telken reize voor de verzekering van hetzelve in eene soliede maatschappij te zorgen, vermits bij herhaling van eene zeeramp als de onderwerpelijke, niet andermaal gelijke vergunning aan hem zal kunnen worden afgegeven.
En zal afschrift van dit besluit aan den adressant B.J. Tromp meer genoemd worden uitgegeven, tot autorisatie en informatie, en voorts gelijk afschrift aan het Gemeentebestuur van Ameland, en extract daar van, wat het 1ste lid aangaat, aan de besturen der gemeenten, Leeuwarden, Leeuwarderadeel, Menaldumadeel, De Bildt, Ferwerdadeel, Westdongeradeel en Nieuwkruisland, Dantumadeel, Schiermonnikoog, Tietjerksteradeel, Achtkarspelen, Idaarderadeel, Rauwerderham, Baarderadeel, Harlingen, Franeker, Franekeradeel en Barradeel, gezamenlijk uitmakende het Arrondissement Leeuwarden, worden gezonden, tot informatie en uitvoering, voor zoo veel elk betreft.


Die oude Jan Sietjes en zijn vrouw Sjoeke hebben mogelijk de twee oudere kinderen Geeske en Tjerk van Sietje Jans opgevangen vanaf 1858, terwijl het zelfs mogelijk is dat zij al direct na overlijden in 1857 van de vrouw van Botte hn drie kleine kinderen opvingen. Er zijn geen gegevens gevonden over voogdij over de kleintjes van Botte Jans. Mogelijk dat de familie zich ontfermde over alle weeskinderen.

Bronnen:
L. de Nijs-Tromp
Stichting Maritiem Historische Data (www.marishdata.nl)
www.delpher.nl


Stamboom:  

» Zie Galerij 

   Klikplaatje   Beschrijving   Verbonden met 


Verbonden met de Ruyter, Sjoukjen Tjipkes, Germs, Freerkje Hindriks, Plukker, Grietje, Plukker, Jan Hindriks, Tremper, Johanna, Tromp, Antje Jans, Tromp, Binke, Tromp, Botte Jans, Tromp, Freerk, Tromp, Geeske, Tromp, Gooi, Tromp, Gooi, Tromp, Gooy Jans, Tromp, Jacob Jans, Tromp, Jan, Tromp, Jan Jans, Tromp, Jan Sietjes, Tromp, Johannes, Tromp, Saakje Jans, Tromp, Saakje Jans, Tromp, Siebrig, Tromp, Sietje Jans, Tromp, Tjerk, Tromp, Tjerk Jans, Tromp, Trijntje Jans, Visser, Sjoeke Gooytzes